Actua

woensdag 22 juli 2015
 - 

CDR: Stad & Platteland

Christendemocraten en de stad, het lijkt een eerder moeizame relatie. In de verkiezing van 2014 behaalde CD&V een globale score van 18,7% voor de Kamer en 20,5% voor het Vlaams Parlement. In de stad Antwerpen was dat respectievelijk 8,5% en 11,5%. In Gent ging het om 11,8% en 13%. In de verkiezing van de Nederlandse Tweede Kamer in 2012 tekende het CDA een score van 8,5% op. In Amsterdam was dat slechts 2,2%, in Rotterdam en Den Haag 4,4%. Zelfs Bondskanselier Merkel slaagde er niet in om dit patroon te doorbreken. In de verkiezingen van 2013 behaalde CDU-CSU een score van 41,5%, maar in centrum Berlijn bleef het CDU steken op 23,9%. Met wat zin voor overdrijving kunnen we spreken over de ‘stedelijke wet van de christendemocratie’ die stelt dat de algemene score bij bovenlokale verkiezingen het dubbel is van de partijscore in de steden.

Deze electorale gegevens belichten maar één dimensie van de tegenstellingen tussen stad en platteland. Maar zijn die tegenstellingen in werkelijkheid ook zo groot? Dat was de uitgangsvraag van dit nummer van CDR dat zoals gewoonlijk een veelheid van invalshoeken aan bod laat komen.

Frank Beke, voormalige burgemeester van Gent, wijst op het belang van een goede buurtwerking in de stad. Hij houdt ook een pleidooi voor nieuwe vormen van burgerparticipatie in het beleid. Hij koppelt die participatie aan effectief zeggenschap en het laten van ruimte aan eigen initiatief. Christian Stivigny houdt in zijn inleidende bijdrage dan weer een pleidooi voor een echt dorpenbeleid, complementair aan het stedenbeleid.

Toon Denys, gedelegeerd bestuurder bij de Vlaamse Landmaatschappij, stelt dat Vlaanderen behoort tot de meest verstedelijkte regio’s op wereldvlak. Hij betreurt dan ook het kunstmatig onderscheid dat vaak gemaakt wordt tussen stad en platteland, terwijl de ruimtelijke en functionele verwevenheid van beiden enorm is. We moeten naar geïntegreerde oplossingen voor gedeelde uitdagingen gaan.

Een gelijkaardig geluid is te horen bij Dirk Geldhof die de toenemende diversiteit in de samenleving onder de loep neemt. Nog al te vaak wordt die diversiteit gezien als een (groot)stedelijk probleem. En ook Jan Durnez en Loes Vandromme argumenteren in hun bijdrage over de leefbaarheid van de grootstad en het buitengebied dat er heel wat valse tegenstellingen bestaan. Dit brengt ze tot het besluit dat er nood is aan een betere evenwicht tussen de middelen die ingezet worden voor respectievelijk steden- en plattelandsbeleid.

Els Van den Broeck en Elke van Os van Mobiel21 belichten de problematiek van de vervoersarmoede. Zeker op het platteland mag deze niet onderschat worden. De nood aan een meer rechtvaardig herverdelingsbeleid is ook op het vlak van mobiliteit aanwezig. Thierry de l’Escaille en Robert de Graeff, beiden verbonden aan de Europese Organisatie van Landeigenaars merken op dat de groep die zorgt voor de voedselvoorziening en het groengebied almaar kleiner wordt ten opzichte van de groep die dat voedsel consumeert en geniet van die groene omgeving. We moeten vermijden dat dit leidt tot een toenemend onbegrip. Peter Broeckx van de VLAM licht aan de hand van voorbeelden toe waarom in deze context internationale marketing voor landbouw cruciaal is. Frederik Verleden tenslotte bekijkt de positie van de christendemocratie in de stad in een historisch perspectief. Hij weerlegt de stelling dat de Vlaamse christendemocraten veroordeeld zijn tot het platteland.

De responsen op de bijdragen zijn van de hand van Wim Verrelst, Annie Schreijer-Pierik, Nahima Lanjri, Thierry De Grunne, Tom Vandenkendelaere, Rien Fraanje en Sarah Claerhout.

We wensen u boeiende verkenning toe. Alle bijdragen via http://ceder.cdenv.be/cdr-jg3nr2-stad-platteland .